gedicht van Hans van Druten
Blauwe lippen


jouw blauwe lippen
je vleermuis mantel
uitdagend' ogen
kwikzilv're handen

mij intens betogen
ik niets meer woog
iemand hield een betoog
over wie 'r niet meer was

dat was ik, wie ik was
zal niemand weten
dan jij aan mijn zij
maar waar ben jij?

loop je nog langs 't strand
op geschreeuw van je meeuwen
verdwijnen wij in branding
graven 'w ons in duinen

gestoken door liefde
verslagen door muggen
in 't water gerend
daarna steken ontkust

loom neergezegen
'n laatse kus gewisseld
'n laatste traan gelaten
om wat ons bond

niet met elkaar
wel ooit in hemelen